Omroepen EO en WNL waren bereid om mee te denken en een bijdrage te leveren aan het selecteren en begeleiden van de Nederlandse songfestivalinzending. Dat melden meerdere bronnen aan Nieuwsuur.
Eerder vandaag werd bekend dat Nederland toch geen deelnemer stuurt naar het Eurovisie Songfestival. De NPO maakte dat bekend na overleg met de omroepen. Er zou “onvoldoende draagvlak” zijn om volgend jaar mee te doen aan het liedjesfestijn. De NPO wil alleen artiesten naar het songfestival sturen als zij de volle steun kunnen krijgen van een of meerdere omroepen.
Jurre Bosman, directeur Media bij de NPO, zegt tegen Nieuwsuur dat er “tot gisteravond constructief is meegedacht” over verschillende vormen om de songfestivaldeelname op te pakken, ook een combinatie van omroepen. “Maar de laatste stap om medewerkers te sturen en een handtekening te zetten, was net te groot door de grote gevoeligheid van de Israëlische deelname.”
Bestuurlijke onhandigheid
Die gevoeligheid was echter ook bekend toen AVROTROS een maand geleden besloot om zich terug te trekken. Toch maakte de NPO kort daarop bekend dat Nederland, ondanks de deelname van Israël, weer mee zou doen aan het liedjesfestijn. De Nederlandse inzending zou een gezamenlijk project van de publieke omroep worden, gecoördineerd door de omroepenkoepel.
De NPO wordt door een aantal omroepbestuurders “bestuurlijke onhandigheid” verweten, maar mediadirecteur Jurre Bosman bestrijdt dat. “We waren niet naïef toen we vorige maand bekendmaakten dat we aan een team zouden gaan werken voor deelname”, zegt hij. “We hadden hele goede gesprekken met een aantal omroepen, die ook de waarde van het songfestival inzien en wilden meewerken aan een bepaalde samenwerkingsvorm. Er waren zelfs al mensen naar voren geschoven.”
‘Joint effort’
Uit gesprekken van Nieuwsuur met direct betrokkenen blijkt dat onder meer de omroepen EO en WNL bereid waren om mee te denken. Arjan Lock, scheidend directeur van de EO, laat weten dat de omroep samen met de NPO op zoek was naar een constructie om een Nederlandse deelname mogelijk te maken, maar er was nooit sprake van dat het festival onder de EO-vlag zou worden uitgezonden.
Een EO-woordvoerder laat daarover weten: “We vinden wel dat het songfestival bij de publieke omroep hoort, maar vinden het niet bij de EO passen.” De EO gaf medewerkers op persoonlijke titel de ruimte om met de NPO mee te denken. EO-directeur Arjan Lock zegt het jammer te vinden dat het uiteindelijk niet is gelukt de deelname van Nederland voor elkaar te krijgen.
WNL laat weten dat de omroep inderdaad bereid was om te kijken of ze een bijdrage konden leveren aan het mogelijk maken van de Nederlandse bijdrage. “Er bleek binnen de publieke omroep onvoldoende steun. Voor een journalistieke omroep als WNL is het geen optie om het alleen te doen.”
De NPO wil hier niet op reageren en laat weten: “De NPO doet geen uitspraken over gesprekken die met individuele omroepen zijn gevoerd.”
Brandbrief medewerkers
Dat Nederland alsnog een artiest zou sturen naar Bulgarije, als gezamenlijk project van de omroepen, kon rekenen op veel kritiek en weerstand. Zo stuurden eerder deze maand ruim 400 NPO-medewerkers een brandbrief naar de omroepenkoepel. Ze hekelden het besluit om mee te doen aan het evenement vanwege de deelname van Israël.
Volgens Bosman is de keuze van de NPO om geen deelnemer te sturen niet beïnvloed door deze brief. “Wij hebben de conclusie getrokken op basis van het gebrek aan draagvlak bij de omroepen. Dat is echt nodig om de artiesten op een goede manier naar deze grote productie te sturen. Dat kan niet zonder de goede steun van één of meer omroepen. Dat is van doorslaggevend belang geweest.”
De NPO zegt in gesprek te blijven met de EBU, het samenwerkingsverband van publieke omroepen dat het songfestival organiseert, over de toekomst van het liedjesfestijn. Bosman: “Dat gaat niet meer over de editie van 2027 in Bulgarije, maar voor daarna, in 2028.”